Proefexamen N(ovice)

De meest effectieve schakeling om “laagfrequent inpraten” te voorkomen is:

 
 
 

De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie-ontvangst, bedraagt:

 
 
 

Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter. Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.

Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.

Dit is:

 
 
 

De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:

 
 
 

De parasitaire elementen van een yagi-antenne zijn:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een bandsperfilter?

 

 
 
 

Een 2-meter FM-station straalt te sterke harmonischen uit.

Als gevolg hiervan kan storing optreden in:

 
 
 

In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

 
 
 

Welke golflengte en frequentie komen met elkaar overeen?

 
 
 

HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie mag:

 
 
 

 Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

 De spanning tussen A en B is:

 
 
 

Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

Deze antenne kan zijn een:

 
 
 

R dissipeert 4 watt.

Het gedissipeerd vermogen van de gehele schakeling is:

 
 
 

In een elektronisch orgel treedt laagfrequentdetectie op.

Deze is het duidelijkst waarneembaar bij:

 
 
 

De gebruikelijke bandbreedte van een amateur EZB-teIefoniesignaaI is:

 
 
 

Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:

 

 
 
 

Met een dipmeter bepaalt men:

 
 
 

De parallelkring is in

De impedantie tussen X en Y is:

 
 
 

Bij het doorverbinden van de klemmen X en Y wijst de draaispoelmeter volle uitslag aan.

De uitslag halveert bij aansluiten van een weerstand tussen x en y met een waarde van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

In variabele condensatoren is het diëlectricum veelal:

 
 
 

Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

 
 
 

Het zendvermogen van een 2-meter FM-teIefoniezender is:

 
 
 

Om het opgenomen vermogen van de zender zo nauwkeurig mogelijk te meten, dient de weerstand van de respectievelijke meetinstrumenten te zijn:

 
 
 

De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:

 

 
 
 

Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

 
 
 

Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing door een 13-cm amateurzender te voorkomen.

Dit moet zijn een:

 
 
 

Als een radiozendamoteur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren de CD-speler gestoord te worden. De CD-speler heeft een CE-keurmerk.

De storing is waarschijnlijk het gevolg van:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt meestal de:

 
 
 

In een tijdschriftartikel wordt gesproken over “82 mH”.

Deze aanduiding behoort bij een:

 
 
 

Halfgeleidend materiaal wordt het meest toegepast in een:

 
 
 

Bewering 1:

Een enkeIzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is FBE.

Bewering 2:

Een FM-zender zendt datasignalen uit. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Een radiogolf met een golflengte van 60 meter heeft een frequentie van:

 
 
 

Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een facsimilé-signaal

De klasse van uitzending is:

 
 
 

De schakeling stelt voor:

 

 
 
 

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

 
 
 

Dit is het blokschema van een ontvanger.

Het blokje gemerkt met X stelt voor de:

 

 

 

 
 
 

In de afstemkring van de eindtrap van een 2-meter zender kan het beste gebruik gemaakt worden van een:

 
 
 

Vraag 1 van 40