Proefexamen N(ovice)

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van

 
 
 

De weerstand R is:

 

 
 
 

Bewering 1:

Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een digitaal TV-signaal. De klasse van uitzending is F1D.

Bewering 2:

Een enkeIzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J3E.

Wat is juist?

 
 
 

Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:

 
 
 

Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximaal toegestane zendvermogen:

 
 
 

In Nederland is de frequentie van het lichtnet:

 
 
 

Een zender is afgesloten met een belastin gsweerstand van 50 Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

 

 
 
 

Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Een staandegolfmeter, opgenomen in de antennekabel van een zender, geeft een indicatie van de:

 
 
 

Dit is het blokschema van een EZB-zender.

In dit blokschema ontbreekt de:

 
 
 

Welk schema stelt een resonantiekring voor?

 
 
 

In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbeIzijband AM-zender wordt gemodelleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is AIA.

Bewering 2:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Het woord “EXPORT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling (AVR) in een hf-ontvanger heeft als functie:

 
 
 

In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

 

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:

 
 
 

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

 
 
 

Als de detectieschakeling met BFO wordt meegeteld dan heeft een enkelvoudige superheterodyne-ontvanger.

 
 
 

ledere condensator is 6 pF. De vervangingswaarde is:

 

 
 
 

De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

 
 
 

De juiste kleuraanduiding van de draden in een netaansluiting is:

 
 
 

De mengtrap van een enkel superheterodyne-ontvanger dient om uit het antennesignaal met het oscillatorsignaal:

 
 
 

Een 2-meter zender stoort de ontvangst van TV-signalen in de UHF-band.

Deze storing wordt meestal  veroorzaakt  doordat van de zender:

 
 
 

Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt de:

 
 
 

Om de resonantiefrequentie van een antenne te verhogen dient men:

 
 
 

Wanneer in een geluidinstallatie laagfrequentdetectie optreedt als gevolg van een nabije EZB-zender, die gemoduleerd wordt met spraak, klinkt dat als:

 
 
 

De mf-bandbreedte voor de ontvangst van een 2-meter FM-teIefoniesignaaI is bij voorkeur:

 
 
 

Door een weerstand van 2 kilo-ohm loopt een stroom van 5 milliampère.

De spanning over de weerstand is:

 
 
 

Een zender bestaat uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

De stroom in module 3 bedraagt:

 
 
 

De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s. In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter.

De frequentie is dan:

 
 
 

Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing door een 13-cm amateurzender te voorkomen.

Dit moet zijn een:

 
 
 

Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker vac een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is gesteld.

De juiste conclusie is:

 
 
 

Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:

 
 
 

Een 10-meter zender veroorzaakt laagfrequentdetectie in een geluidsinstallatie. Om de storing op te heffen worden de laagohmige Iuidsprekeruitgangen ontkoppeld door middel van condensatoren, parallel aan de uitgangen.

De meest geschikte capaciteitswaarde is:

 
 
 

In de “gebruikersbepalingen” wordt onder het radiostation verstaan, een of meer radiozendapparaten:

 
 
 

De laagfrequentversterker in een communicatieontvanger:

 
 
 

In R1 wordt 36 watt aan warmte

De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-ontvanger wordt bepaald door:

 
 
 

Vraag 1 van 40