Proefexamen N(ovice)

Een radiozendamateur werkt op een amateurfrequentie waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegelaten.

De radiozendamateur is verplicht om gedurende de uitzendingen:

 
 
 

Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:

 
 
 

Bewering 1:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F2A.

Bewering 2:

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J2B.

 Wat is juist?

 
 
 

Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:

 
 
 

Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:

 
 
 

Een radiogolf met een golflengte van 60 meter heeft een frequentie van:

 
 
 

Op de ontwerpfrequentie zal deze yagi-antenne de meeste energie uitzenden naar:

 
 
 

Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker vac een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is gesteld.

De juiste conclusie is:

 
 
 

De weerstand R is:

 

 
 
 

Twee gelijke condensatoren met waarde C worden parallel geschakeld.

De capaciteit van de parallelschakeling wordt:

 
 
 

Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:

 
 
 

Een zender is afgesloten met een belastin gsweerstand van 50 Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

 

 
 
 

Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68.

De storing kan worden verminderd door:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie installeert een onbemand packetradiostation in de 70 cm amateurband

Dit is:

 
 
 

De vervangingsweerstand is:

 

 
 
 

De meest effectieve schakeling om “laagfrequent inpraten” te voorkomen is:

 
 
 

Twee of meer golven van een radiosignaal kunnen verschillende wegen volgen naar de ontvangantenne, waardoor de sterkte van het ontvangen signaal

Deze sterkteverandering heet:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een zendvermogen van maximaal 60 watt.

Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:

 
 
 

Een 2-meter zender stoort de ontvangst van TV-signalen in de UHF-band.

Deze storing wordt meestal  veroorzaakt  doordat van de zender:

 
 
 

De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s. In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter.

De frequentie is dan:

 
 
 

In Nederland is de frequentie van het lichtnet:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Welke bewering is het meest juist?

Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

 
 
 

Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling. Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

Dit effect heet:

 
 
 

Op welke frequentie is de antenne in resonantie?

 

 
 
 

Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:

 
 
 

Een geregistreerde radiozendamateur gebruikt zijn amateurstation als een onbemand relaisstation.

Dit is:

 
 
 

Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met amplitudemodulatie is:

 
 
 

Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegestaan, is de radiozendamateur verplicht:

 
 
 

In weerstand R1 wordt 10 watt gedissipeerd.

Het gedissipeerde vermogen in de gehele schakeling is:

 
 
 

De letter “R” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

 
 
 

Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van

 
 
 

Deze L-C schakeling heeft:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.

De klasse van uitzending is:

 
 
 

Dit is het blokschema van een EZB-zender.

In dit blokschema ontbreekt de:

 
 
 

In de “gebruikersbepalingen” wordt onder het radiostation verstaan, een of meer radiozendapparaten:

 
 
 

Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

R dissipeert 4 watt.

Het gedissipeerd vermogen van de gehele schakeling is:

 
 
 

Een zender bestaat uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

De stroom in module 3 bedraagt:

 
 
 

Vraag 1 van 40