Proefexamen N(ovice)

In een elektronisch orgel treedt laagfrequentdetectie op.

Deze is het duidelijkst waarneembaar bij:

 
 
 

Een zender bestaat uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

Het totale opgenomen vermogen van deze drie modulen is:

 
 
 

De vervangingswaarde is:

 

 
 
 

Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter. Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.

Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.

Dit is:

 
 
 

 Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

 De spanning tussen A en B is:

 
 
 

De inwendige weerstand van de ampèremeter bedraagt 1

De stroom door de weerstand R is gelijk aan:

 

 
 
 

In de schakeling zijn alle weerstanden 1000 ohm. In R wordt 4 watt gedissipeerd.

Het vermogen in R1 is:

 
 
 

Dit is het blokschema van een FM-zender.

Het met een + gemerkte blokje is de:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een bandsperfilter?

 

 
 
 

Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:

 
 
 

Verbindingen in de 14 MHz band over grote afstand worden gemaakt via:

 
 
 

Twee weerstanden van verschillende waarde zijn parallel aangesloten op een spanningsbron. De warmte-ontwikkeling in de weerstand met de laagste waarde is:

 
 
 

Welke bewering is het meest juist?

Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

 
 
 

De hoogste laag in de ionosfeer is:

 
 
 

Lange-afstand-communicatie op hf-banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:

 
 
 

Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?

 

 

 
 
 

In een schakeling, bestaande uit een batterij en twee in serie geschakelde weerstanden, moet de stroom door de weerstanden gemeten

Wat is de juiste schakeling?

 
 
 

De vervangingsweerstand is:

 
 
 

In een tijdschriftartikel wordt gesproken over “82 mH”.

Deze aanduiding behoort bij een:

 
 
 

Om de maximaal toelaatbare vermogensdissipatie van een weerstand te verhogen, kan men het beste:

 
 
 

De wetgever onderscheidt registratie in de categorieën F en N voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs.

Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane:

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F3E.

Bewering 2:

Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst. De klasse van uitzending is F1B.

Wat is juist?

 
 
 

Dit is een schema van een:

 
 
 

Dit is een schema van:

 
 
 

Bij een FM-zender wordt door het moduleren het aan de antenne afgegeven vermogen:

 
 
 

In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

 
 
 

Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.             ,

Het VHF-signaal heeft:

 
 
 

Welke stof is een elektrische isolator?

 
 
 

Bij een antenne met parasitaire elementen (yagi) is de volgorde van de elementen:

 
 
 

De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

 
 
 

De laagfrequentversterker in een communicatieontvanger:

 
 
 

Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

 
 
 

Een staandegolfmeter, opgenomen in de antennekabel van een zender, geeft een indicatie van de:

 
 
 

Een voeding wordt beveiligd met één of meer smeltveiligheden in de

Dit wordt in de praktijk gedaan met:

 
 
 

Van een drie-elements yagi-antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op

 
 
 

In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 80 pF in serie geschakeld met een variabele. De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 80 pF.

De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

 
 
 

De functie van de stuurtrap in een FM-zender is het:

 
 
 

Als selectieve laagfrequentversterker kan het best worden gebruikt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:

 
 
 

Vraag 1 van 40